Gastgezinnen

Clé de Voûte werkt samen met Franse gastgezinnen in de Morvan. Deze ‘familles de parrainage’ hebben meestal een boerenbedrijf. Zij wonen en werken in een omgeving zoals de meeste van onze jongeren nog nooit gezien hebben.

De Morvan is van oudsher een arme, landelijke streek waar boeren op vaak afgelegen boerderijen de kost verdienen. Ze hebben koeien – meestal van die mooie witte Charolais – of geiten, kippen, paarden en ezels, ze houden bijen voor heerlijke honing, ze kweken kerstbomen die ook door Nederland geïmporteerd worden en ze verkopen haardhout dat ze in hun eigen bos hakken en zagen. De boeren werken hard en veel maar daarmee verdienen ze meestal niet de inkomens die veel mensen in Nederland gewend zijn.

Als je bij onze boeren binnen komt, valt direct op dat ze helemaal geen aandacht hebben voor de inrichting van hun huis. Geen moderne keuken met inbouwapparatuur, allemaal ouderwetse meubels, sanitair dat wel eens vervangen zou mogen worden en overal van dat typisch Franse oude bloemetjesbehang. Nergens zie je de leuke accessoires van Ikea of de Hema waarmee wij in Nederland ons huis gezellig maken. Rommelig is het er vaak ook; op het bedrijf is er zoveel werk te doen dat er voor opruimen meestal geen tijd is. Bovendien loopt iedereen in en uit met stro aan z’n kleren en voor de deur staat altijd een hele rij laarzen en pantoffels.

Stel je voor, je komt rechtstreeks uit Nederland op een boerderij in de Morvan; het enorme verschil met wat je gewend bent kan een flinke schok geven… Je bent net bij je nieuwe gastgezin aangekomen en je hebt even snel om je heen gekeken – slik. Die vreemde mensen die alleen maar Frans spreken heb je een hand gegeven – slik.  En dan stap je je nieuwe kamer binnen – slik. We snappen dat je het op dat moment even moeilijk kan hebben!

Waarom kiezen we nou juist zo’n omgeving voor onze jongeren?
Bij onze boeren ga je 50 jaar terug in de tijd, de boeren hebben een hard en arm bestaan én ze hebben een hart van goud. In je nieuwe gastgezin is werkelijk alles anders dan je gewend bent. Voor jou géén telefoon en internet maar pen en papier. Wel een stevig dagritme van vroeg opstaan, werken, eten en een beetje ontspanning en ’s avonds moe je bed inrollen. Je leert een nieuwe taal; eerst met handen en voeten en daarna komen de eerste woorden en zinnetjes. Je moet wel, want de mensen om je heen spreken alleen maar Frans. Je krijgt ander eten en je eet tussen de middag warm, want zo doen de Fransen dat. Je krijgt te maken met no-nonsense omgangsvormen. Dat wil zeggen dat de boeren duidelijk zeggen wat ze vinden. Je kunt vreselijk met ze lachen, maar als ze boos zijn laten ze dat ook luid en duidelijk horen.

Onze gastgezinnen: alles is er anders en je moet er zelf iets van maken. Maar je bent omringd door mensen met een hart van goud. Zij zijn wie ze zijn en jij mag zijn wie jij bent, met alles wat je met je meebrengt. Daarom werken wij samen met onze boeren.

Reacties gesloten.